
Velgremmen afstellen
Werkt je velgrem niet meer optimaal of wil je hem nauwkeurig afstellen? Of je nu rijdt met een V-brake, cantileverrem of een ander velgremsysteem, we laten je stap voor stap zien hoe je de remblokken correct positioneert en de kabelspanning precies afstelt.

V-brake, side-pull-brake of cantilever?
De meest voorkomende velgremmen zijn side-pull-remmen (vooral op racefietsen), V-brakes (op mountainbikes en trekkingfietsen) en cantileverremmen (vaak op oudere cyclocross- of trekkingfietsen).
Voor elk van deze drie systemen leggen we stap voor stap uit hoe je de rem correct afstelt, van het uitlijnen van de remblokken tot het instellen van de juiste kabelspanning.
Zoals bij elke reparatie werk je het prettigst met een montagestandaard. Zo staat je fiets stabiel en kun je vrij werken. Heb je die niet, zet je fiets dan stevig op de standaard of tegen een muur. Belangrijk is dat je goed bij de velgrem kunt en het wiel vrij kan draaien.

DIT HEB JE NODIG
Materiaal en gereedschap
Voor het afstellen en strakker zetten van een velgrem heb je meestal het volgende nodig:
- inbussleutel
- T10/T25 torxsleutel
- 10, 12 of 13 mm steeksleutel
- kruiskopschroevendraaier
- punttang
- montagestandaard (optioneel)
- momentsleutel (optioneel)
V-brake afstellen – stap voor stap
Een V-brake bestaat uit twee lange, parallelle remarmen die bovenaan via de remkabel met elkaar verbonden zijn. In vergelijking met andere velgremmen hebben V-brakes vaak langere remblokjes, wat zorgt voor veel remkracht en goede dosering. Een praktisch voordeel: je kunt de remkabel aan één kant eenvoudig losmaken, bijvoorbeeld om het wiel uit te bouwen.
In de volgende drie stappen laten we zien hoe je een V-brake correct afstelt.

STAP 1
Remblokken uitlijnen
Maak eerst de remkabel los, zodat je de remarmen vrij kunt bewegen. Druk vervolgens één remarm tegen de velg. Van opzij gezien moet het remblok parallel aan het remvlak van de velg staan en dit volledig raken, zonder de band te raken of onder de velgrand te komen. Draai de bevestigingsbout van het remblok licht los, positioneer het blok correct terwijl je de remarm tegen de velg gedrukt houdt en draai de bout weer vast. Stabiliseer de remarm daarbij met je andere hand. Herhaal deze stappen vervolgens aan de andere kant.

STAP 2
Kabelspanning controleren
Haak de remkabel weer in en draai het wiel om te controleren of het vrij loopt. Raken de remblokken de velg of lopen ze aan, dan is de kabelspanning te hoog en moet je deze iets verminderen. Grijpen de remblokken pas aan wanneer de remhendel bijna het stuur raakt, of maken ze helemaal geen contact, dan is de spanning te laag en moet je die verhogen.
Kleine correcties kun je uitvoeren via de stelschroef aan de remhendel. Draai je deze naar buiten, dan verhoog je de spanning; draai je hem naar binnen, dan verlaag je die. Is dat niet voldoende, maak dan de kabelklembout op de remarm los, stel de kabel opnieuw op spanning en draai de bout weer vast met circa 6–8 Nm. Controleer daarna opnieuw of het wiel vrij draait en de rem direct aangrijpt.

STAP 3
V-brake centreren
Controleer tot slot of beide remarmen, van voren bekeken, symmetrisch staan. Idealiter bevinden ze zich in dezelfde hoek en bewegen de remblokken gelijkmatig richting velg.
Staat één arm dichter bij de velg dan de andere, dan kun je dit corrigeren via de kleine stelschroef aan de zijkant van de remarm. Draai deze met een passende inbussleutel of kruiskopschroevendraaier. Door de schroef verder in te draaien, verhoog je de veerspanning en beweegt de betreffende arm iets verder van het wiel af.
Stel beide zijden zo af dat de rem netjes gecentreerd is en het wiel vrij kan draaien zonder aanlopen.
Side-pull-rem afstellen – stap voor stap
Side-pull-remmen vind je vooral op racefietsen met velgremmen. Tegenwoordig gaat het meestal om dual-pivot-remmen met twee draaipunten, die zorgen voor krachtige en goed doseerbare remprestaties. De remkabel wordt zijdelings bevestigd en bij het inknijpen van de remhendel bewegen beide remarmen zich als een tang naar de velg toe. Voor dit type rem worden specifieke racefietsremblokjes gebruikt.
In de volgende drie stappen laten we zien hoe je een side-pull-rem correct afstelt.

STAP 1
Remblokken afstellen
De remblokken van een racefiets-velgrem moeten exact parallel aan het remvlak van de velg staan, zowel van opzij als in de rijrichting. Ze mogen de band niet raken en moeten volledig op het remvlak aangrijpen.
Draai eerst de bevestigingsbout van het remblok lichtjes los. Trek vervolgens de remhendel in, zodat het remblok tegen de velg wordt gedrukt. Positioneer het blok correct en houd de remhendel ingeknepen terwijl je de bout weer zorgvuldig vastdraait.
Controleer tot slot of beide remblokken gelijkmatig en zonder aanlopen tegen de velg bewegen.


STAP 2
Remlichaam centreren
Een side-pull-rem is met een centrale bout aan de vork of achterbrug bevestigd. Idealiter staan beide remarmen op gelijke afstand van de velg, zodat de remblokken gelijktijdig aangrijpen.
Staan de armen niet symmetrisch, dan kun je dit op twee manieren corrigeren. Bij klassieke modellen draai je eerst de centrale bevestigingsmoer licht los. Vervolgens positioneer je het remlichaam voorzichtig naar links of rechts totdat beide remblokken gelijkmatig uitgelijnd zijn. Houd de rem eventueel licht ingeknepen om de positie te fixeren en draai daarna alles weer vast met circa 5–7 Nm.
Beschikt je dual-pivot-rem over een kleine stelschroef aan de bovenzijde? Dan kun je kleinere correcties direct uitvoeren door deze schroef met een inbussleutel of PH2-schroevendraaier te draaien, totdat de rem netjes gecentreerd is. Is dat niet voldoende, voer dan eerst de correctie via de centrale bout uit en finetune daarna met de stelschroef.

STAP 3
Remkabel en spanning controleren
Controleer tot slot de kabelspanning. Veel racefietsremmen hebben een snelspanhendel aan de kabel om het wiel eenvoudig te kunnen verwijderen. Voor het afstellen moet deze hendel gesloten zijn.
Wanneer je de remhendel niet indrukt, moeten de remblokken ongeveer 2–3 mm van de velg af staan. De rem moet na ongeveer een derde van de hendelslag duidelijk aangrijpen. Draai het wiel en controleer of het vrij loopt.
Staan de remblokken te dicht bij de velg of lopen ze aan, verminder dan de spanning via de stelschroef bovenaan het remlichaam. Staan ze te ver weg, verhoog dan de spanning via dezelfde stelschroef.
Is een grotere correctie nodig, maak dan de kabelklembout op het remlichaam los, stel de kabel opnieuw af en draai de bout weer stevig vast. Controleer daarna opnieuw de vrije loop en het aangrijppunt.
Cantilever-rem afstellen – stap voor stap
De cantileverrem is de voorloper van de V-brake en komt vooral voor op oudere cyclocrossfietsen, trekkingfietsen en mountainbikes. Het systeem bestaat uit twee relatief korte remarmen die schuin naar boven wijzen. Beide armen zijn verbonden via een dwarskabel (ook wel Y-kabel genoemd), die op zijn beurt gekoppeld is aan de hoofdkabel.
De dwarskabel is altijd aan één zijde ingehaakt. Knijp je de remarmen lichtjes samen, dan kun je deze eenvoudig losmaken. Handig bij onderhoud of wielwissel.
In de volgende drie stappen laten we je zien hoe je een cantileverrem correct afstelt.

STAP 1
Remblokken uitlijnen
Controleer eerst de positie van de remblokken. Druk de remarmen stevig tegen de velg en kijk van opzij en in rijrichting of de blokken parallel aan het remvlak staan. Ze moeten het remvlak volledig raken, zonder de band te raken of onder de velgrand te komen.
Voor het afstellen draai je de bevestigingsbout van het remblok lichtjes los met een inbussleutel of steeksleutel. Trek vervolgens de remhendel in, zodat het blok tegen de velg wordt gedrukt, en positioneer het correct. Het remblok moet haaks (ongeveer 90°) ten opzichte van de remarm staan. Houd de positie vast terwijl je de bout weer stevig aandraait en stabiliseer daarbij de remarm met je andere hand.
Herhaal deze stappen aan de andere kant.

STAP 2a
Kabelspanning controleren – via stelschroef aan de remhendel
Bij cantileverremmen is het afstellen van de kabelspanning iets gevoeliger dan bij andere velgremmen. Begin met het draaien van het wiel om te controleren of het vrij loopt.
Schuren de remblokken tegen de velg? Dan is de kabelspanning te hoog en moet je deze iets verminderen. Komt het aangrijppunt pas laat of maken de remblokken nauwelijks contact wanneer je de remhendel indrukt? Dan is de spanning te laag en moet je die verhogen.
Heeft je rem een stelschroef aan de remhendel of bij de kabelgeleider (tegenhouder)? Dan kun je hiermee kleine correcties uitvoeren. Draai de stelschroef naar buiten om de spanning te verhogen en naar binnen om deze te verlagen. Controleer daarna opnieuw de vrije loop en het aangrijppunt.

STAP 2b
Kabelspanning controleren – zonder stelschroef aan de remhendel
Heeft je cantileverrem geen stelschroef aan de remhendel, of is een grotere correctie nodig? Dan stel je de spanning direct bij de rem zelf af.
Bij modellen met een doorlopende kabel (Y-verbinding) draai je de kabelklembout op het remlichaam lichtjes los. Trek de kabel iets strakker of geef juist wat extra speling, afhankelijk van de gewenste spanning, en draai de bout daarna weer vast.
Heeft je rem een aparte dwarskabel (straddle cable), dan maak je de bout op de kabelhanger voorzichtig los. Stel de spanning handmatig in, eventueel met een tang, en draai de bout daarna weer vast met ongeveer 6–9 Nm.
Bij cantileverremmen met een Y-link (de kruising van beide kabels boven de rem) is het belangrijk dat de hoofdkabel recht en verticaal naar boven loopt. Zo blijft de remwerking symmetrisch en krachtig.

STAP 3
Rem centreren
Controleer tot slot of beide cantilever-armen, van voren gezien, symmetrisch staan. Idealiter bevinden ze zich in dezelfde hoek en staan de remblokken op gelijke afstand van de velg.
Is dat niet het geval, dan kun je de positie corrigeren via de kleine stelschroef aan de zijkant van elke remarm. Draai je de schroef in, dan beweegt de betreffende arm iets naar buiten; draai je hem uit, dan komt de arm dichter bij de velg. Houd er rekening mee dat een aanpassing aan één kant ook invloed heeft op de andere arm. Neem dus kleine stappen en controleer tussendoor steeds het resultaat.
Bij cantileverremmen met een kruiskabel aan een hanger is het belangrijk dat je eerst de betreffende bevestigingsschroef iets losdraait voordat je de rem definitief centreert. Draai na het afstellen alle bouten weer stevig vast en controleer of het wiel vrij loopt.
Veelgestelde vragen en antwoorden

Kom je er nog steeds niet uit?
Neem dan contact op met onze klantenservice. Onze experts staan voor je klaar en helpen je graag verder.
Altijd op de hoogte
Ontvang als eerste exclusieve deals, tips en trends. Gratis en regelmatig in je inbox.


